:: Schoorlse Kunsten

:: Schoorlse Kunsten

Ruim tien jaar geleden initieerde Jaap Borgers een festival in Schoorl met kunstenaars die "een band met Schoorl hebben". In Schoorl wonen al een eeuw veel kunstenaars en schrijvers. Daar dien ik mezelf eerlijkheidshalve ook toe te rekenen. Toen Jaap mij tien jaar geleden benaderde met de vraag wat ik van zo’n festival zou vinden, heb ik direct enthousiast meegedaan. Nog geen jaar later was de stichting Schoorlse Kunsten, kortweg SchoK, een feit. En het festival groeit ieder jaar in bekendheid en omvang.


beeld: Pike Räsänen

Na een paar jaar heb ik bestuur van de stichting verlaten. Ik kreeg het te druk en woonde inmiddels te ver weg. Dit jaar had ik evenwel toegezegd (opnieuw) de literaire "ontmoeting" te presenteren. SchoK had vier Friese en vier Westfriese schrijvers/dichters gevraagd, die elkaar in de bibliotheek in Schoorl zouden treffen.

Toen ik aankwam in de bibliotheek bleken er geen stoelen klaar te staan voor het publiek, er was geen plek gemaakt voor de schrijvers om de voordracht te houden, maar er werd al wel koffie en thee gemaakt. Er was een grote tegenslag: drie van de vier Friese dichters hadden afgezegd. De één had een ernstig zieke moeder, de ander een gewrichtsontsteking en de derde kon ook niet. De vierde echter, Jabik Veenbaas, bleek een prachtige Friese voordracht in huis te hebben. Dat maakte alles goed. Zelf droeg ik nog een gedicht van de (west)Friese dichter Pieter Boskma voor, die ik te elfder ure nog gevraagd had om het programma aan te vullen. Pieter Boskma had helaas al een volle agenda, maar vond het een prima idee als ik een gedicht van hem ging voordragen.

Ik besloot ter plekke om gezellig met de schrijvers aan tafel te gaan zitten, het publiek er in een halve cirkel omheen en verder vooral de gebeurtenissen en gesprekken onder slechts een milde regie te laten plaatsvinden. Daarbij had ik voldoende achtergrondinformatie over de historie van Friesland en Westfriesland, de taal, de Oranjes, de verwantschap tussen Friezen en Grieken en over de schrijvers zelf om er een talkshow als van Hanneke Groenteman van te maken, met discussie, interviews en geïnspireerde voordrachten.

Ik kan niet ontkennen dat het boven verwachting een succes werd. De directrice van de bibliotheek vroeg me meteen om in november een speciaal evenement te presenteren. Zelf dacht ik eigenlijk al snel aan bijvoorbeeld een programma op Ned3, over creatie (cultuur en commercie), dat een erudiete enthousiasmerende presentator behoeft. Voor alle duidelijkheid: dat zou ik dan zijn.
Kortom, het was gezellig en de schrijvers overtroffen zichzelf.

Tijdens een voordracht schoot me een gedachte te binnen over een paradox in het dichterschap. Namelijk dat veel dichters enerzijds vanwege hun dichtkunst patroondoorbrekend kunnen en moeten denken, anders schrijven ze geen poezie maar matig en gekunsteld proza in gewild korte regeltjes. Anderzijds zijn ze dikwijls behoorlijk conservatief. Vaak gaat het over de natuur, de molens, de stilte, de dingen (gevoelens, woorden, jeugd, schoonheid, muziek) die helaas verdwijnen, over de afstand tot nieuwe media en technologie en verandering in het algemeen. Of zijn dat slechts de bezadigde dichters, waartegen o.a. de maximalen ageerden?

Hoe zit dat met de Friese dichters? De afwezigen hebben alledrie een weblog of website, waar ze tamelijk actief mee bezig zijn. In Friesland gaat het dan wel weer over het conserveren van de Friese cultuur en behoud van de eigenheid. Zo beschouwd is het begrijpelijk dat Friesland een vvd-er als commissaris van de koningin heeft. Ik ben benieuwd of iemand daar ooit een onderzoek naar heeft gedaan, of een essay eraan heeft gewijd.

Een paar jaar geleden had ik al eens de literaire middag gepresenteerd. Daarbij mocht ik ook J. Bernlef aankondigen, een schrijver die mij vroeger met zijn gedichten heeft geïnspireerd om zelf te schrijven over ‘dingen’, die zijn zoals ze zijn, zonder metafoor of product van verbeelding. De naam Bernlef komt van een blinde Friese bard uit de 8e eeuw, die door de missionaris en latere bisschop Liudger wegens het geloof zou zijn genezen.

Nog even over de oranjes: de Friese achterneef van stadhouder Willem III van Holland en Zeeland, Johan Willem Friso, die (erf)stadhouder was in Friesland en Groningen, werd aangewezen als opvolger. Dit overigens zeer tegen de zin van de Staten Generaal, die de oranjes te machtswellustig vonden. De Friese stadhouder verdronk later in het Hollands Diep.
Mijn voorstel was om de Oranjes allemaal naar Friesland te sturen, met Dokkum als "hoofd"-vestiging, opdat Friesland zich als koninkrijk kon afscheiden en Huntelaar zonder problemen in Oranje had kunnen spelen. Van de rest van Nederland maakten we dan weer een Bataafse Republiek (1795), echter zonder de Franse invloed zoals die tweehonderd jaar (!) geleden plaatsvond (
4 juni 1806: Lodewijk Napoleon wordt koning van Nederland).

Webadressen van Friese schrijvers:
Jabik Veenbaas
Abe de Vries
Anne Feddema
Cornelis van der Wal

"Westfriese" schrijvers:
Erik Jan Harmens
Chris Veraart

Frans Buissink
Theo Olthuis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *