Puberteit

Puberteit

Schermafbeelding 2013-09-18 om 23.30.04Hoe weet je zeker dat je een (maatschappelijke) transitie meemaakt? Misschien is dat niet iets waar je je direct bewust van bent, maar wat je pas naderhand constateert? Of uit het zich intussen in het gemopper over dat alles steeds maar zo vlug verandert en niks meer zo (goed) is als vroeger? Zeker weten doe je het niet, denk ik. Kenmerk van een transitie is immers dat er voortdurend van alles (ingrijpend) verandert en dan valt het niet mee zekerheden overeind te houden.

Toch doen mensen daar vaak uit alle macht hun best voor. Ik poneer hier dus de stelling dat een transitie, die maatschappelijk is, juist door het veranderende karakter een grote diversiteit bevat, ook aan (wisselende) identiteiten, zekerheden, contexten, etc. En mede daardoor tot grote maatschapelijke onrust kan leiden, zeker als het om een (reeks van) mondiale transitie(s) gaat. Die gedachte is natuurlijk ingegeven door wat Amartya Sen zegt over identiteit en geweld; daarover straks meer.

Volgens mij maken we namelijk verschillende transities mee, op gebied van bijvoorbeeld energie (naar duurzame en hernieuwbare bronnen), economie (naar modulair en circulair), financiën (gebruik ipv bezit), media (horizontalisering, hyperlocaal), sociaal (herstellen van relaties die kapot zijn, solidariteit in de vorm van wisselende zwermen?) en dat denk ik te merken aan een hoge mate van onrust, afgewisseld met ogenschijnlijke lethargie, het terugkeren van zaken en gewoontes waarvan ik dacht dat ze hun beste tijd gehad hadden, voortdurend verschuiven van de focus. Maar is dat mijn eigen onrust of die van de samenleving?

Hoe zal ik het duidelijker zeggen? Ik denk bijvoorbeeld aan het brein van een puber, waar de gelegde verbindingen verbroken worden op opnieuw in een andere constellatie weer gemaakt te worden. En zoals een puber zich soms onverwacht volwassen, dan weer roekeloos of met vlagen verschrikkelijk kinderachtig kan gedragen, om dan opeens weer heel loyaal en grootmoedig te zijn, of toch weer bezitterig, dogmatisch en egocentrisch, zo ongeveer ervaar ik momenteel onze samenleving. Nu hebben we ook wel een bijpassende regering en premier… nadat we een tijdperk hebben gehad waarin het (kleine) kind centraal stond, eigenlijk vanaf Rousseau, zitten we nu in het pubertijdperk. Kijk maar hoe merken zich massaal richten op pubers en het ze naar de zin willen maken.

Vlinderhuis Misahuallí (Ecuador); cocons van vlinders by Geert en Sara
Vlinderhuis Misahuallí (Ecuador); cocons van vlinders © Geert en Sara

Het woord puberteit is een afgeleide van het Latijnse woord pubescere, dit betekent ‘bedekt zijn met haar’ (Wikipedia).

Van onze huidige samenleving houd ik zoals ik van een puber zou houden: je wilt helpen om het kind zonder al teveel kleerscheuren en met mooie verbindigen in die hersenen richting volwassenheid te geleiden. En soms zou je zo’n puber wel even door elkaar willen rammelen en zeggen ‘Ben je nu helemaal gek geworden? Zo doen we dat niet!’ En dat heeft natuurlijk geen zin en getuigt bovendien van weinig manieren of educatief inzicht.

Momenteel lees ik Identity and violence van Amartya Sen. Het boek begint met een anekdote die meteen de toon zet. Wat me verder opvalt is dat Sen in het begin een aantal mondiale conflicten noemt, maar daar niet conflicten bij noemt uit de regio waar hij zijn roots heeft (India). Wil hij dit in het begin van zijn boek vermijden zodat we niet meteen gepreoccupeerd zijn vanuit de gedachte dat hij (uitsluitend) gevormd is door die conflicten en zijn betoog (daardoor) minder universele waarde heeft? Dan zouden we zijn boek immers meteen anders lezen. We zouden Amartya Sen en zijn betoog een ‘gestolde’ identiteit kunnen toebedelen, die het direct in een gevangenis van identiteit stopt, waaruit het zich hoogstens met geweld kan bevrijden. En dat is nu precies waar zijn boek over gaat.
Later vertelt hij wel over dergelijke conflicten, zoals hij die van nabij heeft meegemaakt. Zulke gebeurtenissen vormen je identiteit. Zoals er meer zaken zijn die aan die vorming kunnen bijdragen. Een identiteit is immers geen vaststaand feit. Hij beschrijft verder hoe bestempelen van mensen tot enkele zogenaamde identiteiten (religie, regio/natie,  sport, etc.) kan leiden tot enorme tegenstellingen, verwarring en geweld. Terwijl we dus eigenlijk een meervoudige identiteit hebben, die bovendien van samenstelling en verhouding kan (blijven) veranderen.

Hoe identiteit zonder diversiteit een harmonie kan veranderen in een kluwen van geweld wordt door treffend verwoord in zijn review van Identity and Violance, the illusion of destiny in the Guardian: “Why should people who have lived together peaceably suddenly turn on one another in years of violence that cost hundreds of thousands of lives?”

Het hele boek wil ik niet behandelen. Dat kan ik ook niet, ik ben het immers nog aan het lezen. Waarom ik het noem, is omdat me is opgevallen dat pubers vaak in zoveel verschillende groepen verkeren, niet meer voor één muziekstijl lijken te kiezen. Ze worden minder loyaal genoemd (aan merken). Ik denk, hoopvol, dat ze minder voor één identiteit willen kiezen, dat ze pluriformer willen zijn en zo diversiteit ruimte willen bieden.

Jongeren zijn gericht op allerlei sociale uitingen, waardoor het lijkt alsof ze lui zijn, maar ze zijn ‘selectief lui’. Ze zijn niet ongeïnteresseerd in hun toekomst, maar ze zijn de meeste tijd met iets anders bezig en vooral gericht op vriendschappen.
In het begin van de adolescentie staan vriendschappen nog in het teken van de ontwikkeling van het zelfbeeld van jongeren en de status die samenhangt met een vriendschap. In de latere adolescentieperiode vinden jongeren het veel belangrijker dat de ander hen begrijpt en dat zij op elkaar kunnen rekenen.
Hoe jongeren zich voelen (hun welzijn) hangt sterk af van vrienden. Ze worden constant blootgesteld aan acceptatie en afwijzing. (Anko Oussoren over ‘Het sociale puberbrein’ van Eveline Crone)

Hoewel ik soms moeite heb met pubers en de voortdurende focus op hun eigen identiteit, vrienden, voorkeuren, is de transitie die als een puberteit ons naar een volgende fase brengt een transitie waar ik graag in wil zitten. Meerdere identiteiten, zwermen van wisselende samenstelling, diversiteit en de ruimte daarvoor is niet alleen nodig om al die geweldadige conflicten bij voorbaat te ontzenuwen, maar ook een voorwaarde voor innovatie, participatie en educatie. En die drie hebben we nodig om onze samenleving aan te passen aan nieuwe en veelvuldige uitdagingen en tegelijk ook leefbaarder te maken. Het zou mooi zijn als het ‘mes’ van Sen aan twee kanten kon snijden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *