dekoloniseer de natuur

dekoloniseer de natuur

Een aantal jaren geleden was ik als docent met studenten van de bachelor erfgoed aan de Reinwardt Academie in Liverpool. Zij hadden zelf deze excursie georganiseerd. Voor een levenslange Beatle fan als ik een welkome keuze. Natuurlijk gingen we naar de Strawberry Fields en Penny Lane. Niettemin ging onze aandacht vooral uit naar de Liverpool Museums.
We hadden een gesprek met David Fleming, die de Liverpoolse musea (National Liverpool Museums) weer op de been had geholpen en van een grandioze toekomst voorzien. Voor mij als museummaker een mooi voorbeeld. Hij had de musea opnieuw verbonden met de stad, zowel inhoudelijk als organisatorisch, en zonder angst voor controverses ook met belangrijke thema’s in de samenleving.
David Fleming gaf de studenten mee: “if you want a safe haven, don’t work in a museum.” En dat is maar al te waar. Nergens zoveel hectiek, ups en downs, creativiteit, emoties, spanning en engagement als in een museum.


The International Slavery Museum bracht een schok en een openbaring. Ik dacht wel het één en ander te weten en doorvoelen als het om slavernij gaat. Wat ik daar zag bracht niettemin ook mij van mijn stuk. En dat gebeurde niet eens zozeer met alle verschrikkelijke beelden of verhalen verderop in de het museum. Hoewel die er toch niet om logen. Dat zat ‘m vooral in het begin, waarin uiteengezet wordt hoe slavernij in deze vorm heeft kunnen ontstaan en hoe het indruist tegen menselijke waardigheid.
Slavernij is een (ideologische) constructie waarin de andere mens wordt neergezet als een ander ras, met kenmerken die dat ras van van minder kwaliteit, minder belang, minder waardigheid en (dus) minder rechten laat zijn. Inmiddels weten we dat er maar één menselijk ras is, met hoogstens wat modificaties in de zin van huidskleur, type haar en andere mooie maar minder wezenlijke kenmerken. Toch werd daar destijds dusdanig in geloofd, dat de weg vrij was voor slavernij zoals dat vanuit o.a. Liverpool en Amsterdam plaatsvond. Immers, je naaste die je beschouwt als gelijkwaardig aan jou, je broer of vriend, kun je nooit als slaaf beschouwen, verhandelen of gebruiken. Dat kan alleen als je eerst ongelijkheid en afstand creëert, met alle verschrikkingen die daarna zogenaamd wel geoorloofd zijn. Al is ook dat een vreemde constructie.

Is het inherent aan de mens, om zich los te zingen van de ander, van solidariteit, saamhorigheid, omgeving, bronnen, om daar vervolgens met minder egards, of grof geweld, mee om te kunnen gaan. Slavernij, kolonisatie en uitputting van de leefomgeving zou je op die manier als een uiting van dezelfde ‘vervreemding’ kunnen zien.

Intussen heeft de term Antropoceen steeds meer postgevat. Na het Pleistoceen en het Holoceen is dit mogelijk de tijd waarin vooral de mens een stempel drukt op de nieuw te vormen aardlagen, als getuigen van een langdurig tijdperk. Andere typering van Antropoceen, volgens Wikipedia, is dat het een tijdperk is, waarin het klimaat en de atmosfeer op aarde de gevolgen ondervinden van menselijke activiteit (en ook dat zien we terug in de aardlagen). De geoloog Alexei Pavlov bedacht deze term, die tachtig jaar later aan bekendheid won dankzij de ecoloog Eugene F. Stoermer en de atmosferisch chemicus Paul Crutzen (2000).

Toen ik begin 2020 voor het eerst, als kersverse directeur, bij Museum Natura Docet een tentoonstelling maakte onder de titel ‘Naar de natuur’, stond daarbij eveneens het Antropoceen centraal. We lieten aan de hand van een aantal F-woorden (Ferm, Familie, Fabel, Fanfare, Fictie, etc.) en bijbehorende setting met kunstwerken en collectie uit het museum zien hoe de mens zich gaandeweg loszingt van de natuurlijke omgeving waar zij/hij voordien integraal onderdeel van uitmaakte. De mens ging koloniseren, exploiteren, controleren, synthetiseren en meer.
Met o.a. Universiteit Utrecht en Freudenthal Institute/HPS zitten we nu in een aanvraag voor onderzoek met als itgangspunt het leven in het Antropoceen. Hierbij willen we onderzoeken hoe we middels een tentoonstelling kunnen komen tot nieuwe narratieven en identiteiten voor de toekomst, waarin de mens een andere rol inneemt ten opzichte van natuur. Daaraan gaat natuurlijk vooraf dat we de huidige rol en bijbehorend denken analyseren. En dan moeten we verder kijken dan een analogie van een mierenkolonie.

Het viel me al op dat koloniaal gedrag niet voorbehouden is aan de afgelopen 5 eeuwen. Overal waar de mens verschijnt, verdwijnen diersoorten en verandert het landschap. Dat is waarschijnlijk al wel 100.000 jaar zo en dat mag je een hardnekkig verschijnsel noemen. Niettemin is het de afgelopen eeuw wel grandioos uit de hand gelopen. Hoe kan dat? En hoe kan het dat we nu als samenleving zo’n moeite hebben om klimaatverandering te accepteren en er al decennia zoveel ontkenning is van diepgaande vervuiling?
Hoe kan het dat we ons verdienmodel op de korte termijn van veel groter belang achten dan een gezonde en duurzame leefomgeving?

Naar mijn idee zit daar een zelfde gedachte-constructie achter als bij slavernij; hoewel ik slavernij en de ellende daarvan niet wil vergelijken met wat gebeurt op gebied van klimaat en biodiversiteit. Allerminst. Toch zit daar een manier van denken achter die wellicht meer inzicht biedt in het hoe en waarom. Vanuit die optiek betoog ik al een tijd dat we als mens de natuur tot slaaf gemaakt hebben. Nogmaals, niet te vergelijken met het menselijk lijden van tot slaaf gemaakte mensen. Maar we buiten de natuur uit, verhandelen die, exploiteren en onteren de natuur op een wijze die alleen zo kan bestaan als we daaraan voorafgaand een constructie maken waarbij we ons als mens op een ander niveau plaatsen dan de natuur, zoals dat ook bij slavernij gebeurde.
Die gedachte begint aan te slaan, merk ik, vooral het koloniale gedeelte. Op 7 december tweette ik: “De mens bepaalt nu alles in de natuur, controleert, exploiteert, maar raakt er tegelijk van losgezongen. Eigenlijk hebben we nu een ‘tot slaaf gemaakte’ natuur. Tijd voor ‘dekolonisatie’ van de natuur.”
Een dag later krijg ik een persbericht vanuit Rijksmuseum Twenthe, waarin staat: “De ‘denkende mens’ meende de natuur te bezitten, en heeft de aarde vele duizenden jaren lang misbruikt. De klimaatgevolgen zijn onmiskenbaar. Een mentaliteitsverandering is aanstaande. De mens moet weg van haar ‘koloniale’ uitbuiting van de aarde.”
In dat persbericht wordt Atte Jongstra aangehaald, met een uitspraak over ‘homo symbioticus’. “Sinds de Homo sapiens de ploeg ter hand nam en de aarde openbrak, is hij zich meer en meer als heerser en bezitter gaan gedragen. Als Homo hyper erectus, zonder respect voor het ecosysteem waar hij zelf deel van uitmaakt. Dat moet anders, betoogt Jongstra in de even geestige en persoonlijke als erudiete stukken in De ontgroende mens.”

Hopelijk slaat die gedachte aan en kunnen we een dekolonisatie inzetten en hopelijk komt die omslag op tijd. In de zomer van 2022 wil Museum Natura Docet een grote tentoonstelling maken waarin deze gedachte wordt gekoppeld aan de Sustainable Development Goals, met name die over leven in het water en waterkwaliteit. De tentoonstelling gaat dan heten “Vis in’t water”. Zou het mogelijk zijn dat de mens zich mettertijd als zodanig gaat voelen ten opzichte van natuur, als integraal onderdeel, als ‘homo harmonicus’ terug-gezongen in de natuurlijke harmonie?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.