Apple vs. Philips

Apple vs. Philips

Op de Managementsite staat een erg interessant artikel van Maikel Batelaan met de titel “Waarom Apple doet veranderen en Philips altijd moet veranderen het einde van ‘moeten veranderen’ om te overleven.” Daarin beschrijft hij hoe het altijd revolutionaire Apple het aldoor reorganiserende Philips is voorbijgestreefd.

“In 2005 passeeerde de beurswaarde van Apple die van Philips. Hoe kan het dat Apple, met maar twee productlijnen, iPods en Macs, meer waard is dan Philips met een vijfmaal grotere omzet en activiteiten in verlichting, medische apparatuur, halfgeleiders, huishoudelijke apparaten, consumenten-electronica en tal van belangrijke patenten, joint ventures en deelnemingen? Het antwoord verschaft belangrijke lessen over innovatie en omgaan met veranderingen.”
lees verder >>

En het is vooral ook aan te bevelen de reacties op het artikel te lezen.

Een zelfde tegenstelling (of is dat een vooroordeel?) tekent zich af tussen de gevestigde grote media(content) producenten waar voortdurend gereorganiseerd wordt en getracht een cultuuromslag te bereiken tegenover de kleinere, jonge en flexibele bedrijven die doorgaans zowat uit hun voegen barsten van creativiteit. Is dat overdreven gesteld? En waar is nu precies de creativiteit te vinden? Zijn we te zeer gewend te denken in scenario’s van Klein Duimpje (vindingrijk) tegenover De Reus (ingedut)?Ik zou wel eens willen weten waar nu precies de meest vernieuwende en waar de meest succesvolle (crossmedia) concepten vandaan komen. En wie verdient daar het beste aan. Toch de grote bedrijven? Of de kleinere bij elkaar opgeteld?

10 Replies to “Apple vs. Philips”

  1. Eerst maar even een reactie op het eerste deel van de blog:

    Genoten van alle comments. Wat is daar nog aan toe te voegen?

    Natuurlijk is ook Philips innovatief. Ze maken prachtige producten, ook voor anderen. Wat zou de naam van Philips hebben betekend als ook zij, net zoals Intel, een logo zouden hebben ontworpen met ‘Philips inside’? Een wereld van verschil. Dat Apple er nu in slaagt Inteltjes te kopen, zonder de sticker verplichting (die anderen kennelijk hebben te slikken), is opmerkelijk.

    Beide fabrikanten spelen in op lifestyle producten. Ook de nieuwste flatscreens TV’s van Philips zijn bepaald geen goedkope speeltjes, maar zien er kennelijk zo fraai uit, dat mensen er zelfs een lening voor afsluiten….

    Ja, Apple heeft een boegbeeld en dat is Jobs. Ik ken al zijn voorgangers, allemaal verdwenen, maar allen op hun eigen manier wel een bijdrage geleverd naar hetgeen Apple nu is. Het is te gemakkelijk Jobs alle credits te geven. Toegegeven, 20 jaar geleden was hij vreselijk arrogant. De scherpe kantjes zijn daar wel van af. Maar goed, hij zet een show neer bij elke keynote, daar waar Gates stumperig en ineengedrongen powerpoint presentaties geeft met veel te veel tekst en beeld, waar niemand nog iets van begrijpt. Maar we kopen het allemaal…..

    Ja, we willen ons zelf identificeren met producten die succesvol zijn. De één wil zijn imago vergroten door met een iPOD te wandelen, de ander hangt een grote flatscreen aan de muur.

    Prima toch…?

    Later kom ik nog wel terug op het tweede deel….

  2. Eerst maar even een reactie op het eerste deel van de blog:

    Genoten van alle comments. Wat is daar nog aan toe te voegen?

    Natuurlijk is ook Philips innovatief. Ze maken prachtige producten, ook voor anderen. Wat zou de naam van Philips hebben betekend als ook zij, net zoals Intel, een logo zouden hebben ontworpen met ‘Philips inside’? Een wereld van verschil. Dat Apple er nu in slaagt Inteltjes te kopen, zonder de sticker verplichting (die anderen kennelijk hebben te slikken), is opmerkelijk.

    Beide fabrikanten spelen in op lifestyle producten. Ook de nieuwste flatscreens TV’s van Philips zijn bepaald geen goedkope speeltjes, maar zien er kennelijk zo fraai uit, dat mensen er zelfs een lening voor afsluiten….

    Ja, Apple heeft een boegbeeld en dat is Jobs. Ik ken al zijn voorgangers, allemaal verdwenen, maar allen op hun eigen manier wel een bijdrage geleverd naar hetgeen Apple nu is. Het is te gemakkelijk Jobs alle credits te geven. Toegegeven, 20 jaar geleden was hij vreselijk arrogant. De scherpe kantjes zijn daar wel van af. Maar goed, hij zet een show neer bij elke keynote, daar waar Gates stumperig en ineengedrongen powerpoint presentaties geeft met veel te veel tekst en beeld, waar niemand nog iets van begrijpt. Maar we kopen het allemaal…..

    Ja, we willen ons zelf identificeren met producten die succesvol zijn. De één wil zijn imago vergroten door met een iPOD te wandelen, de ander hangt een grote flatscreen aan de muur.

    Prima toch…?

    Later kom ik nog wel terug op het tweede deel….

  3. Ja, nu even het tweede stukje. Het boek ‘The Rise of the Creative Class’ van Richard Florida, leert ons dat creativitiet niet beperkt is tot creativiteit van media-uitingen. Als consultant kom ik in veel bedrijven, van zeer klein tot zeer groot. Over het algemeen is het aantal echt creatieve medewerkers beperkt. Bij een gemiddelde bedrijfsgrootte (van hetgeen ik bezoek) van zo een 50 medewerkers, kom ik doorgaans niet meer dan 2 of 3 echt creatieve mensen tegen. Mensen die dus boven het maaiveld uitkomen en dingen durven te gaan doen. Het is dan fantastisch als dit soort mensen het bedrijf verlaten, waar ze met frustratie niet verder komen, omdat hun werkgever hun creativiteit en ambities niet herkent. Vervolgens spreekt iedereen er dan schande van. Maar als deze creatieve mensen vervolgens een bureau begonnen in creatieve media kunnen ze wonderen verrichten, tot het moment waarop ze ook zelf weer personeel gaan aannemen, want ook daar begint dat proces weer opnieuw. Ze zitten immers aan de andere kant van de tafel.

    Binnen kleinere ondernemingen kunnen creatieve werkgevers dit soms nog wel eens ontdekken en daar tijdig op inspelen. Maar bij grote ondernemingen, spelen vaak machtsfactoren een belangrijker rol dan creativiteit en dat is jammer.

    Misschien dat daarom ook jong talent bij het relatief kleinere Apple ten opzichte van Philips wel wordt gekoesterd (en binnen een paar jaar wordt uitgemolken tot de stress toeslaat).

    In de tussentijd moeten we dus gewoon ons brood zien te verdienen.

  4. Ja, nu even het tweede stukje. Het boek ‘The Rise of the Creative Class’ van Richard Florida, leert ons dat creativitiet niet beperkt is tot creativiteit van media-uitingen. Als consultant kom ik in veel bedrijven, van zeer klein tot zeer groot. Over het algemeen is het aantal echt creatieve medewerkers beperkt. Bij een gemiddelde bedrijfsgrootte (van hetgeen ik bezoek) van zo een 50 medewerkers, kom ik doorgaans niet meer dan 2 of 3 echt creatieve mensen tegen. Mensen die dus boven het maaiveld uitkomen en dingen durven te gaan doen. Het is dan fantastisch als dit soort mensen het bedrijf verlaten, waar ze met frustratie niet verder komen, omdat hun werkgever hun creativiteit en ambities niet herkent. Vervolgens spreekt iedereen er dan schande van. Maar als deze creatieve mensen vervolgens een bureau begonnen in creatieve media kunnen ze wonderen verrichten, tot het moment waarop ze ook zelf weer personeel gaan aannemen, want ook daar begint dat proces weer opnieuw. Ze zitten immers aan de andere kant van de tafel.

    Binnen kleinere ondernemingen kunnen creatieve werkgevers dit soms nog wel eens ontdekken en daar tijdig op inspelen. Maar bij grote ondernemingen, spelen vaak machtsfactoren een belangrijker rol dan creativiteit en dat is jammer.

    Misschien dat daarom ook jong talent bij het relatief kleinere Apple ten opzichte van Philips wel wordt gekoesterd (en binnen een paar jaar wordt uitgemolken tot de stress toeslaat).

    In de tussentijd moeten we dus gewoon ons brood zien te verdienen.

  5. Bij kleine bedrijven is het vaak zo dat de (creatieve) directeur zich het creatieve domein toegeeigend heeft, dat is bijna zijn bestaansrecht (naast het ondernemerschap natuurlijk). Daar kun je als ontluikend creatief wel veel van leren.
    Het is ook meer de cultuur die al dan niet in een bedrijf heerst. Als je een (vermeend) tekort aan creativiteit in bedrijven afzet tegen bijvoorbeeld de “zes denkende hoofddeksels” van Edward de Bono (samenvatting hieronder) lijkt het erop dat in voornoemde grotere bedrijven de witte, rode en zwarte denkhoeden domineren ten koste van de gele en groene. Hoe komt dat? Interne carriere-politiek?
    Bij beursgenoteerde bedrijven kan ik me een focus op feiten en cijfers voorstellen, er moet daar immers niet alleen winst zijn, maar ook winstgroei. Maar het top-management van een groot bedrijf zal ook inzien dat het alleen maar kan voortbestaan door innovatief te zijn. En dat daar een bedding voor moet zijn. Dat is bekend, maar die bedding heeft veel onderhoud en extra voedingstoffen nodig en ja, af en toe moet er geschoffeld worden. Er komen jaarlijks zoveel bekwame enthousiaste mensen van de opleidingen. En die zijn plooibaar en goedkoop. Daar doen de bedrijven terecht hun voordeel mee. Wat dat betekent voor de bedrijfscultuur?

    De zes denkende hoofddeksels (Edward de Bono)
    “1. De witte denkhoed: Denken met feiten, cijfers en informatie.
    2. De rode denkhoed: Emoties en gevoelsoordelen, vermoedens en ingevingen (intuïtie).
    3. De zwarte denkhoed: De ‘Advocaat van de duivel’ : negatieve beoordeling, die tot uitdrukking brengt waarom iets niet zal functioneren.
    4. De gele denkhoed: Helderheid en optimisme: een positieve beoordeling, constructieve bijdragen, opsporen van kansen (opportunisme).
    5. De groene denkhoed: Creativiteit, beweging, provocatie.
    6. De blauwe denkhoed: Afstandelijkheid en controle: de dirigent van het denken, denken over denken.

    De zes denkhoeden stellen ons in de gelegenheid ons denken te dirigeren, zoals een dirigent zijn orkest dirigeert. We kunnen dat element oproepen waaraan we behoefte hebben. Ook in vergaderingen – van welke aard dan ook – is het bijzonder nuttig als je over een mogelijkheid beschikt, mensen ertoe te brengen het platgetreden pad van hun normale denkwijze te verlaten en het ter tafel gebrachte onderwerp op een andere manier te overdenken.”

  6. Bij kleine bedrijven is het vaak zo dat de (creatieve) directeur zich het creatieve domein toegeeigend heeft, dat is bijna zijn bestaansrecht (naast het ondernemerschap natuurlijk). Daar kun je als ontluikend creatief wel veel van leren.
    Het is ook meer de cultuur die al dan niet in een bedrijf heerst. Als je een (vermeend) tekort aan creativiteit in bedrijven afzet tegen bijvoorbeeld de “zes denkende hoofddeksels” van Edward de Bono (samenvatting hieronder) lijkt het erop dat in voornoemde grotere bedrijven de witte, rode en zwarte denkhoeden domineren ten koste van de gele en groene. Hoe komt dat? Interne carriere-politiek?
    Bij beursgenoteerde bedrijven kan ik me een focus op feiten en cijfers voorstellen, er moet daar immers niet alleen winst zijn, maar ook winstgroei. Maar het top-management van een groot bedrijf zal ook inzien dat het alleen maar kan voortbestaan door innovatief te zijn. En dat daar een bedding voor moet zijn. Dat is bekend, maar die bedding heeft veel onderhoud en extra voedingstoffen nodig en ja, af en toe moet er geschoffeld worden. Er komen jaarlijks zoveel bekwame enthousiaste mensen van de opleidingen. En die zijn plooibaar en goedkoop. Daar doen de bedrijven terecht hun voordeel mee. Wat dat betekent voor de bedrijfscultuur?

    De zes denkende hoofddeksels (Edward de Bono)
    “1. De witte denkhoed: Denken met feiten, cijfers en informatie.
    2. De rode denkhoed: Emoties en gevoelsoordelen, vermoedens en ingevingen (intuïtie).
    3. De zwarte denkhoed: De ‘Advocaat van de duivel’ : negatieve beoordeling, die tot uitdrukking brengt waarom iets niet zal functioneren.
    4. De gele denkhoed: Helderheid en optimisme: een positieve beoordeling, constructieve bijdragen, opsporen van kansen (opportunisme).
    5. De groene denkhoed: Creativiteit, beweging, provocatie.
    6. De blauwe denkhoed: Afstandelijkheid en controle: de dirigent van het denken, denken over denken.

    De zes denkhoeden stellen ons in de gelegenheid ons denken te dirigeren, zoals een dirigent zijn orkest dirigeert. We kunnen dat element oproepen waaraan we behoefte hebben. Ook in vergaderingen – van welke aard dan ook – is het bijzonder nuttig als je over een mogelijkheid beschikt, mensen ertoe te brengen het platgetreden pad van hun normale denkwijze te verlaten en het ter tafel gebrachte onderwerp op een andere manier te overdenken.”

  7. A creative mind is a toy forever, zou ik persoonlijk zeggen.

    Het boekje over die denkhoeden is een aanrader. Al wordt het wel tijd voor een herijking ervan aan de huidige inzichten.

  8. A creative mind is a toy forever, zou ik persoonlijk zeggen.

    Het boekje over die denkhoeden is een aanrader. Al wordt het wel tijd voor een herijking ervan aan de huidige inzichten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *